Naar de inhoud

Onderdeel van de MegaSnel-groepVEB-erkend beveiligingsbedrijf

Direct iemand spreken? 036 52 98 447

BRANDZEKER Bel
Menu
Plan een adviesgesprek
Dienst · sturingen

Deursturingen en stuurfuncties

Een brandmeldinstallatie slaat niet alleen alarm. Ze laat branddeuren los, ontgrendelt vluchtdeuren, stuurt liften naar beneden en schakelt de luchtbehandeling, als dat tenminste goed is vastgelegd.

NEN 2535 Bbl art. 4.218 NEN-EN 1155

Wat er gebeurt bij brandSturing
Branddeuren op magnetenlaten los en sluiten
Vergrendelde vluchtdeurenontgrendelen
Liftennaar de stopplaats, deuren open
Sturing via het gebouwbeheersysteemniet toegestaan
Nagekeken door Koen, adviseurBijgewerkt op

Wat doet een brandmeldinstallatie behalve alarm slaan?

Ze stuurt. Bij een brandmelding kan de installatie kleefmagneten van branddeuren loslaten, vluchtdeuren ontgrendelen, liften naar een vaste bouwlaag sturen, de luchtbehandeling schakelen en de ontruimingsalarminstallatie activeren. Welke stuurfuncties er in uw gebouw moeten zijn, wordt per object vooraf bepaald en vastgelegd in het Programma van Eisen.

Het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties noemt het sturen van installaties zelfs de belangrijkste functie van een brandmeldinstallatie. Dat klinkt misschien overdreven, maar denk het eens door: een melding waar niemand van wakker wordt, verandert niets aan het gebouw. Een deur die dichtvalt houdt rook tegen; een deur die openspringt laat mensen eruit. Die twee bewegingen (sluiten waar de brand zit, openen waar de mensen zijn) zijn de kern van dit vak. En ze beginnen allebei bij een melder, dus bij het ontwerp van de brandmeldinstallatie zelf en de bijbehorende ontruimingsalarminstallatie.

Het verschil dat bijna iedereen verwart

Vastzetten is iets anders dan vergrendelen

Twee deuren, twee tegengestelde bewegingen bij brand. De branddeur moet dícht, de vluchtdeur moet ópen. Wie ze door elkaar haalt, ontwerpt precies verkeerd om.

De deurmagneet: loslaten en sluiten

Deuren in brand- of rookwerende scheidingen moeten zelfsluitend zijn. Omdat zo’n deur in het dagelijks gebruik in de weg staat, houdt een elektromagneet hem open. Bij een melding valt de spanning weg, laat de magneet los en sluit de deur. Spanningsuitval heeft hetzelfde effect: het systeem faalt dus naar de veilige kant. De voeding wordt bovendien dagelijks kort onderbroken, als automatische test van de sluitfunctie, en bij elke deur hoort een knop om hem incidenteel te sluiten.

De vluchtdeur: ontgrendelen

Deuren op een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren, en onder “sleutel” valt ook een code of een scan, dus uw toegangscontrole telt mee. Bij een brandmelding moeten minimaal de deuren in de betreffende detectiezone worden ontgrendeld, en bij spanningsonderbreking of storing ontgrendelt een elektrische vergrendeling vanzelf. De groene drukknop naast de deur is de rechtstreekse invulling van diezelfde eis.

Er zijn meer varianten dan de kleefmagneet aan de wand: een elektromagneet in de deurdranger, of een op de juiste plek geprojecteerde melder met een magneet in de vloerpot. Eén uitvoering is uitdrukkelijk niet toegestaan: de deurdranger met íngebouwde rookmelder, omdat die in de praktijk te laat het sluitcommando geeft. Ook goed om te weten: bij dubbele deuren is een sluitvolgordesysteem verplicht, anders sluiten de bladen in de verkeerde volgorde en blijft er een kier staan. Welke uitvoering bij welke deur past en hoe u hem in de gaten houdt, leest u bij vrijloopdranger of deurmagneet op een branddeur.

De checklist

Welke stuurfuncties horen in het Programma van Eisen?

Het model-Programma van Eisen kent een vaste sturingenlijst, per detectiezone aan te vinken: ontruimingsalarminstallatie, brandpomp, deurvastzetinrichtingen, ontgrendelen van vluchtdeuren, luchtbehandelingsinstallatie, rook- en warmteafvoer, liften, overdrukinstallatie, brandweeringang en brandweerkluis. Die lijst is uw checklist. Loop hem bij elke verbouwing opnieuw na. Bij een nieuwe installatie hoort die lijst in het Programma van Eisen, nog vóór het ontwerp. Zo staat het ook in de stappen van het aanleggen.

Wat de brandmeldinstallatie stuurt, en wat er dan gebeurt
Sturing Wat er gebeurt bij een brandmelding
DeurvastzetinrichtingDe magneet wordt spanningsloos, de zelfsluitende deur sluit
VluchtdeurenMinimaal de deuren in de betreffende detectiezone worden ontgrendeld
LiftenAlle liften gaan naar een bepaalde bouwlaag en worden daar met geopende deuren buiten werking gezet
Luchtbehandeling (nieuwbouw)De installatie wordt uitgeschakeld; minimaal de kleppen vanuit de ruimte met rook sluiten
BrandweeringangBij een installatie met doormelding wordt de ingang automatisch ontsloten, volgens het ruststroomprincipe
Automatische deurenStaat de deur in de nachtstand, dan wordt bij brandmelding automatisch de dagstand gemaakt

Twee kanttekeningen uit de bronnen die u zelden op een website leest. Ten eerste: bij bestáánde gebouwen die nog op het oudere vlamdichtheidscriterium zijn gebouwd, is de luchtbehandelingssturing precies andersom. Niet uitschakelen, maar naar volledige ventilatie schakelen met de recirculatie uit. Wat in úw pand de juiste richting is, moet dus per situatie beoordeeld worden. Ten tweede: de aansturing van brandkleppen moet rechtstreeks vanuit de rookmelder of het brandmeldsysteem komen. Via het klimaatsysteem of het gebouwbeheersysteem sturen is niet toegestaan. Loopt dat bij u wel zo, dan is dat een bevinding.

Rode handbrandmelder aan de wand naast een glazen deur
Een handbrandmelder naast de deur: één druk zet niet alleen het alarm in werking, maar ook de sturingen die bij die detectiezone horen.
Papier en praktijk

Hoe controleert de inspectie of de sturingen kloppen?

De inspectie-instelling toetst het brandbeveiligingssysteem aan de doelstellingen uit het Programma van Eisen of het uitgangspuntendocument, en gebruikt daarbij onder meer de stuurfunctiematrix, het document dat per zone vastlegt welke sturing wanneer volgt. Alleen een inspectie zónder afkeurpunten leidt tot een inspectiecertificaat.

Die stuurfunctiematrix is geen vrijblijvend papier. Hij hoort, samen met het PvE, de installatieplattegrond en het blokschema, tot de basisgegevens die u bij elk onderhoud moet kunnen aanleveren; ontbreken die documenten, dan wordt het onderhoud wel uitgevoerd maar kan er geen onderhoudscertificaat worden afgegeven. En wie afwijkt van het goedgekeurde uitgangspuntendocument krijgt een negatief oordeel, ook als de beveiliging op zichzelf doelmatig is.

In de praktijk gaat het meestal mis op het moment dat het gebouw verandert. Een nieuwe wand, een verplaatste deur, een andere indeling: de sturingenlijst klopt dan niet meer met het pand. Vandaar het advies uit het model-PvE om die lijst bij elke verbouwing opnieuw na te lopen. Heeft u een installatie waarvan u niet zeker weet of de sturingen ooit goed zijn vastgelegd, dan is alsnog certificeren de route om dat boven water te krijgen.

De deuren

Wat er bij een melding gebeurt

Rode handbrandmelder op de wand naast een deur
Bij de uitgang. Drukt iemand hierop, dan lopen alle sturingen tegelijk.
Technische kast met apparatuur en bekabeling
De sturingen zelf: hier ligt vast welke deur wat doet, en in welke zone.

Veelgestelde vragen over deursturingen

Onze branddeuren staan met een wig open. Is dat een probleem?

Ja. Deuren in een scheiding met een eis aan brand- of rookwerendheid moeten zelfsluitend zijn, en een wig zet die functie buiten werking zonder dat iets hem bij brand herstelt. Het eerlijke antwoord is ook: die wig ligt er meestal omdat de deur in het dagelijks gebruik hindert. Precies daarvoor bestaat de elektrische openstandhouder: de deur staat gewoon open en sluit alleen als het moet.

Moeten alle deurmagneten tegelijk loslaten?

Nee, dat hoeft niet. In de praktijk worden vrijwel altijd alle openstandhouders gelijktijdig ontgrendeld, maar ontgrendeling per deelgebied, bijvoorbeeld per bouwlaag, behoort ook tot de mogelijkheden. Wat er in uw gebouw gebeurt, hoort per detectiezone in de stuurfunctiematrix te staan, zodat iedereen het kan terugvinden.

Er zit toegangscontrole op onze vluchtdeuren. Mag dat?

Alleen als het vluchten er niet door wordt belemmerd. Een code of scan telt daarbij als sleutel. Elektrisch bestuurde uitgangssystemen op vluchtroutes vallen onder een eigen norm en worden in overleg met het bevoegd gezag toegepast; bij spanningsonderbreking of storing moet de vergrendeling vanzelf ontgrendelen. Dit is bij uitstek een punt om vóóraf te laten beoordelen, niet achteraf te repareren.

Kunnen deursturingen ook bij een draadloze installatie?

De detectie kan draadloos; de sturing zelf is een uitgangssignaal van de centrale naar de deur, de lift of de regelkast, en daar gelden per sturing eigen eisen aan. Zo moet de kabel naar de luchtbehandeling functiebehoudend volgens de failsafe-methode zijn uitgevoerd. Wat er in uw pand kan, beoordelen wij ter plaatse en leggen we vast in het Programma van Eisen.

Wat gebeurt er met de lift bij een brandmelding?

Alle liften worden door een signaal van de brandmeldcentrale automatisch naar een bepaalde bouwlaag gestuurd en daar met geopende deuren buiten werking gezet. Welke bouwlaag dat is, hangt onder meer af van waar de brandweer binnenkomt. Zo staat er bij brand niemand te wachten op een lift die naar de brandende verdieping rijdt.

Weten wat uw installatie hoort te sturen?

Wij lopen de sturingenlijst met u langs, deur voor deur en zone voor zone, en zeggen ook welke sturing uw gebouw níet nodig heeft.

Bronnen: Besluit bouwwerken leefomgeving art. 4.217 en 4.218 · NEN 2535 · NEN-EN 1155 · NIPV, Handboek Brandbeveiligingsinstallaties · Geraadpleegd 6 november 2026. Bij de artikelen 4.208, 4.209, 6.8, 6.32 en 6.33 van het Bbl staan wijzigingen op de rol, de eerste per 1 januari 2027.