Naar de inhoud

Onderdeel van de MegaSnel-groepVEB-erkend beveiligingsbedrijf

Direct iemand spreken? 036 52 98 447

BRANDZEKER Bel
Menu
Plan een adviesgesprek
Dienst · onderhoud & keuring

Onderhoud van uw brandmeldinstallatie: wat moet elk jaar, en wie mag het doen?

Binnen twaalf maanden test het onderhoudsbedrijf alle melders. Uw eigen beheerder controleert tussendoor en houdt het logboek bij. Is een inspectiecertificaat verplicht, dan komt daar een onafhankelijke inspecteur bij: om de drie jaar, of elk jaar als uw gebouw moet doormelden.

Bbl art. 2.6 Bbl art. 6.32 NEN 2654-1

Wie doet watOnderhoud
Beheer en controleuw eigen beheerder
Onderhoudhet onderhoudsbedrijf
Inspectieonafhankelijke instelling
Contract = certificaattwee verschillende dingen
Nagekeken door Koen, adviseurBijgewerkt op

Is onderhoud van een brandmeldinstallatie verplicht?

Ja. Wie een voorgeschreven brandmeldinstallatie heeft, moet die adequaat beheren, controleren en onderhouden. Dat volgt uit de zorgplicht van artikel 2.6 en artikel 6.32 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Sinds 1 januari 2024 schrijft de wet daarvoor geen norm meer voor: NEN 2654-1 is de gangbare en erkende invulling, niet meer de wettelijk voorgeschreven weg.

Dat laatste wordt vrijwel overal verkeerd opgeschreven. Onder het oude Bouwbesluit stónd NEN 2654-1 in de wet; onder het Bbl is die aansturing vervallen. Veel scheelt het in de praktijk niet: waar een inspectiecertificaat verplicht is, toetst het CCV-inspectieschema alsnog of het beheer en onderhoud zijn uitgevoerd.

Drie rollen, één installatie

Beheer, onderhoud en inspectie zijn drie verschillende dingen

Deze drie lopen voortdurend door elkaar, en dat kost gebouweigenaren geld en certificaten. Daarom eerst het onderscheid.

Wie doet wat rond uw brandmeldinstallatie
Rol Wie Wat er gebeurt
Beheer & controle Uw eigen beheerder Periodieke controles uitvoeren én registreren: testen, uitschakelingen, storingen, reparaties, wijzigingen
Onderhoud Het onderhoudsbedrijf Periodieke controle en preventief onderhoud volgens NEN 2654-1; bij nominale staat volgt een onderhoudscertificaat
Inspectie Geaccrediteerde inspectie-instelling Onafhankelijke beoordeling van het héle brandbeveiligingssysteem; alleen zónder afkeurpunten volgt een inspectiecertificaat

De eerste rol wordt het vaakst vergeten. De norm gaat uit van een aanwijsbare beheerder: iemand die is geïnstrueerd, over het vereiste bewijs van vakbekwaamheid beschikt en zijn controles vástlegt. Het CCV zegt het onomwonden: goed onderhoud is de verantwoordelijkheid van het onderhoudsbedrijf, maar een werkende brandbeveiliging blijft de úwe, ook terwijl de installatie in onderhoud is.

Waarom een onderhoudscontract géén inspectiecertificaat oplevert

Het onderhoudscertificaat komt van het onderhoudsbedrijf zelf. Het inspectiecertificaat, het document dat de wet in bepaalde gevallen eist, mag uitsluitend worden afgegeven door een onafhankelijke inspectie-instelling, die nooit dezelfde partij mag zijn als wie de installatie leverde of onderhoudt. De inspecteur wil het onderhoudscertificaat wel graag zien: heeft u dat, dan hoeft hij een aantal dingen niet meer zelf te controleren. Het ene document maakt het andere lichter, maar vervangt het niet.

Of u überhaupt een inspectiecertificaat nodig heeft, hangt af van uw gebouw en gebruiksfunctie. Die vraag toetst u hier. Geldt de plicht voor uw brandmeldinstallatie, dan geldt hij ook voor de bijbehorende ontruimingsalarminstallatie.

De cyclus

Wanneer moet mijn installatie opnieuw gekeurd worden?

Een inspectiecertificaat is drie jaar geldig, gerekend vanaf de datum van afgifte. Is voor uw gebouw doormelding naar de brandweer verplicht, dan is het één jaar. Tegen het einde van die termijn moet er dus een nieuwe inspectie zijn, en die haalt u alleen als beheer, onderhoud en logboek aantoonbaar op orde zijn.

Over de tussenliggende ritmes zijn wij liever precies dan stellig. Wat hard vastligt in het CCV-onderhoudsschema: binnen twaalf maanden worden álle melders functioneel getest. De intervallen voor de controles van de beheerder staan in NEN 2654-1 zelf. Wij leggen ze voor uw installatie vast in het onderhoudsplan, zodat daar geen discussie over ontstaat. Wat er tijdens zo’n jaarlijkse beurt gebeurt en wat de beheerder tussendoor doet, leest u bij BMI Zeker over onderhoud aan de brandmeldinstallatie.

Eén detail dat zelden wordt genoemd, maar bij een storing ’s nachts het verschil maakt: volgens het model-Programma van Eisen hoort de responstijd van uw onderhoudscontract afgestemd te zijn op de capaciteit van de noodstroomvoorziening. Uw servicecontract moet dus sneller zijn dan uw accu leeg is. Wij leggen dat vast in het Programma van Eisen.

Het document waar alles aan hangt

Waarom de inspecteur eerst naar uw logboek vraagt

Het woord “logboek” staat nergens in het Bbl. Toch is het in de praktijk het eerste waar een inspectie op stukloopt. Het CCV-inspectieschema eist dat er een (eventueel digitaal) logboek aanwezig is waaruit blijkt dat de beheerder zijn werk uitvoert en registreert: testen, uitschakelingen, storingen, reparaties, wijzigingen en onderhoud. En het moet op locatie in te zien zijn, bij of vanaf de installatie.

Omdat alleen een inspectie zónder afkeurpunten tot een certificaat leidt, is een ontbrekend of onvolledig logboek een blokkade. Niet omdat de installatie slecht zou zijn, maar omdat niemand kan aantónen dat hij goed is bijgehouden. Het logboek levert de inbedrijfsteller bij oplevering aan de gebruiker, volgens bijlage B.4 van NEN 2535. Het bijhouden daarna is aan u.

Bedieningsscherm van een brandmeldcentrale
Bij onderhoud wordt de centrale uitgelezen: elke melding, test en uitschakeling staat erin. Productbeeld van de fabrikant, met toestemming gebruikt.
Overstappen

Niet tevreden over uw huidige onderhoud? U mag wisselen

Een onderhoudscontract is geen huwelijk. Worden afspraken niet nagekomen, blijven rapporten uit of moet u bij een storing lang wachten, dan staat het u vrij een andere partij te kiezen. Wij onderhouden alleen installaties die wij zelf hebben aangelegd. Wat er in zo’n contract hoort, van een bezoekfrequentie op maat tot inspectiebegeleiding en meekijken op afstand, staat bij het onderhoudscontract van BMI Zeker. Voor een installatie van een ander geven wij een second opinion, en vervangen wij hem als dat verstandiger is.

Wat een nieuwe onderhoudspartij van u nodig heeft, ligt vast: het onderhoudsplan, het Programma van Eisen, de installatieplattegrond, het blokschema en de stuurfunctiematrix. Die basisgegevens zijn en blijven de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever: het zijn úw documenten, niet die van uw leverancier. Elke onderhoudsbeurt begint verder met een vast aanvangsprotocol, waaronder een gesprek met de beheerder en het waarschuwen van de alarmontvanger.

Ontbreken er documenten, dan kan het onderhoud wel worden uitgevoerd, maar zonder de mogelijkheid een onderhoudscertificaat af te geven, en het onderhoudsbedrijf is verplicht u dat te melden. Dat is vaak het moment waarop iemand ons vraagt mee te kijken. Wij beoordelen dan wat er hangt en wat er ontbreekt, en adviseren: het dossier aanvullen met uw huidige partij, of vervangen. Is er helemaal geen dossier meer, dan is alsnog certificeren de route. En verandert er iets aan uw pand, kijk dan vóór de verbouwing wat dat voor de installatie betekent. Achteraf repareren is duurder.

Het onderhoud

Wat wij bij u doen

Brandmeldcentrale gemonteerd op een houten wand
Elke handeling gaat in het logboek bij de centrale. Dat vraagt een inspecteur als eerste op.
John van den Bosch legt een installatie uit aan een klant
Na afloop doorlopen we wat er is gedaan en wat u zelf moet bijhouden.

Veelgestelde vragen over onderhoud en keuring

Wij hebben een onderhoudscontract. Zijn we dan klaar?

Nee, om twee redenen. Het onderhoudscertificaat is niet het inspectiecertificaat dat de wet in bepaalde gevallen eist. Dat komt alleen van een onafhankelijke inspectie-instelling. En naast het onderhoud verwacht de norm goed beheer en regelmatige controle door uw eigen beheerder; dat valt buiten elk contract.

Mag ik het beheer zelf doen, of moet daar iemand voor worden ingehuurd?

De beheerder mag iemand uit uw eigen organisatie zijn: de definitie zegt uitdrukkelijk “al dan niet in dienst van de gebruiker”. Voorwaarde is wel dat die persoon geïnstrueerd is en over het vereiste bewijs van vakbekwaamheid beschikt. Wij leggen bij oplevering uit wat de taken inhouden.

Ons logboek is zoekgeraakt. Is dat een probleem?

Bij een inspectie wel: een compleet en correct logboek is een inspectiepunt, en zonder kan er geen certificaat worden afgegeven. Het goede nieuws is dat het te herstellen valt. Het dossier kan opnieuw worden opgebouwd vanuit wat er hangt en wat er nog aan documenten te vinden is. Bij een installatie die wij hebben aangelegd doen wij dat, en daarna houdt u het samen met ons bij. Is de installatie van een andere partij, dan beoordelen wij eerst wat er hangt.

Geldt dit allemaal ook voor de ontruimingsalarminstallatie?

Ja. Voor de ontruimingsalarminstallatie geldt dezelfde eis van adequaat beheer, controle en onderhoud, met NEN 2654-2 als gangbare invulling. Ook de geldigheidsduur van het inspectiecertificaat loopt gelijk op: drie jaar, of één jaar als doormelding verplicht is. In de praktijk nemen wij beide installaties in één onderhoudsronde mee.

Kan het onderhoud doorgaan als onze beheerder er die dag niet is?

Ja. Het CCV-schema regelt dat uitdrukkelijk: kan het aanvangsgesprek met de beheerder niet plaatsvinden, dan kan het onderhoud toch worden uitgevoerd en afgerond. Handig is het niet (juist in dat gesprek komen bijzonderheden boven tafel), maar het houdt de planning niet tegen.

Onderhoud dat de inspectie overleeft

Wij onderhouden wat wij zelf aanleggen. Een installatie van een ander beoordelen wij, en vervangen wij waar dat verstandiger is. Daarna het onderhoud, en bij de keuring geen verrassingen.

Bronnen: Besluit bouwwerken leefomgeving art. 2.6, 6.32 en 6.33 · CCV-certificatieschema Onderhoud brandmeldinstallaties · CCV-inspectieschema Brandbeveiliging · NEN 2654-1 · Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), infoblad brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties · Geraadpleegd 7 november 2026. Bij de artikelen 4.208, 4.209, 6.8, 6.32 en 6.33 van het Bbl staan wijzigingen op de rol, de eerste per 1 januari 2027.