Optische rookmelder
De standaard: hij ziet rookdeeltjes in de lucht. Snel bij smeulbranden. Gevoelig voor stof, damp en uitlaatgassen, en dáár komen de meeste loze meldingen vandaan.
Onderdeel van de MegaSnel-groepVEB-erkend beveiligingsbedrijf
Direct iemand spreken? 036 52 98 447
Rook ziet u. Koolmonoxide niet. Het is kleurloos, reukloos en het stijgt niet op zoals rook. Dat zijn twee verschillende risico’s, en er horen twee verschillende melders bij.
EN 54-7 EN 54-26 EN 50291
Een CO-melder tegen vergiftiging beschermt mensen tegen koolmonoxide uit een verbrandingstoestel. Een CO-branddetector gebruikt koolmonoxide juist als kenmerk van een beginnende brand, en hangt in de brandmeldinstallatie. Andere norm, andere plek, ander doel. De een vervangt de ander nooit.
Dit is het onderwerp waar in de praktijk de meeste verwarring ontstaat, en soms een gevaarlijke aanname. Een melder aan de muur bij de ketel maakt van uw gebouw géén bewaakt gebouw en telt niet mee als brandmelder. Andersom is een CO-branddetector in het plafond geen bescherming tegen vergiftiging: hij hangt op de verkeerde plek en werkt met een andere alarmlogica.
Heeft u beide risico’s (en dat is bij een ketelhuis, een parkeergarage of een keuken vaker zo dan u denkt), dan heeft u beide apparaten nodig.
| CO-melder tegen vergiftiging | CO-branddetector | |
|---|---|---|
| Norm | EN 50291 | EN 54-26 |
| Waartegen | Koolmonoxidevergiftiging door onvolledige verbranding | Een beginnende brand, vaak een smeulbrand |
| Waar hij hangt | In de ruimte met het verbrandingstoestel of de open haard | In de te bewaken ruimte, als onderdeel van de installatie |
| Waarop hij reageert | Concentratie in combinatie met blootstellingsduur | CO als brandverschijnsel, vaak eerder dan zichtbare rook |
| Onderdeel van de brandmeldinstallatie | Nee | Ja |
| Telt mee voor de bewaking | Nee | Ja |
Koolmonoxide is bijna even zwaar als lucht en mengt zich er gelijkmatig mee. Het gaat dus niet vanzelf omhoog, zoals rook. Dat is precies waarom u een CO-melder niet zonder meer naast een rookmelder aan het plafond kunt hangen en denken dat u klaar bent. In een ruimte met een verbrandingstoestel mogen ze op dezelfde hoogte, elders gelden verschillende hoogtes.
De meest toegepaste melder in een brandmeldinstallatie is de optische rookmelder. Maar niet elke ruimte is geschikt voor rookdetectie, en dat is de belangrijkste keuze die in een ontwerp wordt gemaakt.
De standaard: hij ziet rookdeeltjes in de lucht. Snel bij smeulbranden. Gevoelig voor stof, damp en uitlaatgassen, en dáár komen de meeste loze meldingen vandaan.
Reageert op temperatuur in plaats van op rook. Trager, maar ongevoelig voor stoom en stof. De juiste keuze boven een keuken, in een wasruimte of in een stoffige werkplaats.
Kijkt naar meerdere verschijnselen tegelijk en weegt die tegen elkaar af. Duurder, maar hij scheelt loze meldingen op plekken waar een optische melder net te scherp staat.
Over CO-melders in huis staat het internet vol. Over CO in een bedrijfspand staat er bijna niets, terwijl daar de grotere toestellen staan.
Grotere toestellen, vaak in een afgesloten ruimte waar zelden iemand komt. Precies de combinatie waarbij een probleem lang onopgemerkt blijft.
Draaiende motoren in een besloten ruimte. Hier gaat CO-detectie vaak samen met ventilatiesturing, en dat is een keten die als geheel moet werken. Of zo’n systeem verplicht is, staat bij CO-detectie in een parkeergarage of bedrijfsruimte.
Gastoestellen plus afzuiging plus damp. Een lastige ruimte: rookdetectie is er vrijwel altijd de verkeerde keuze, warmtedetectie meestal de goede.
Autobedrijven, machinewerkplaatsen, magazijnen met heftrucks op gas. Mensen werken er de hele dag, en de blootstelling is cumulatief.
Wat in uw geval nodig is, hangt af van de toestellen, de ventilatie en het gebruik van de ruimte. Wij komen kijken en zeggen welke van de twee melders waar hoort, en waar u er allebei nodig heeft.
Meestal hangt er een optische rookmelder op een plek waar stof, damp of uitlaatgassen langskomen. De oplossing is zelden “gevoeliger afstellen” en vaker een ander type melder of een andere positie. Wij kijken naar het meldingenlogboek van de centrale: dat vertelt vaak precies op welk tijdstip en in welke zone het misgaat, en dan is de oorzaak meestal binnen een bezoek gevonden.
Voor bescherming tegen vergiftiging mag dat, mits er EN 50291 op de verpakking staat. Maar hij telt niet mee als onderdeel van uw brandmeldinstallatie en de inspecteur kijkt er niet naar. Verwacht er dus niet van dat het iets oplost aan uw verplichting.
Bijna altijd een warmtemelder, geen rookmelder. Damp en bakwalm zetten een optische melder aan het werk terwijl er niets aan de hand is, en na drie keer loos alarm gaat iemand de installatie uitschakelen. Dát is het echte risico. Rondom de keuken kan rookdetectie prima; erboven zelden.
Voor losse bewaking tegen koolmonoxidevergiftiging wel. Een draadloze CO-branddetector volgens EN 54-26 zit niet in het systeem dat wij leveren; waar CO als brandkenmerk nodig is, zoeken wij per situatie de juiste melder. Waar u op moet letten is hetzelfde als bij de rest: kijk per apparaat naar welke norm het draagt, want “CO-melder” op de doos zegt niets over of hij als brandmeldcomponent mag meetellen.
Zonder afspraak. Een adviseur kijkt alles na voordat u een offerte krijgt.
Dat is een goede vraag om te stellen vóórdat er iets hangt. De verkeerde melder op de verkeerde plek levert loze meldingen op, en loze meldingen leveren uitgeschakelde installaties op.
Bronnen: NEN-EN 54-7 · NEN-EN 54-26 · NEN-EN 50291 · NIPV, Handboek Brandbeveiligingsinstallaties · Geraadpleegd 6 november 2026.